alteraties

home    terug     index

Om een akkoord voller, `geraffineerder´ te laten klinken kunnen we alteraties toevoegen. Alteraties zijn versieringsnoten. In majeur-akkoorden gebruiken we vaak de grote none (9).



C maj 7 9 = c   e   g   b   d
                 = 1   3   5   7   9

Ook in mineur-akkoorden:

A min 7 9  = a   c   e   g   b
                  = 1   3   5   7   9


Aan half dim akkoorden kun je soms de grote none toevoegen en bij dim akkoorden kun je iedere grote secunde boven één van de akkoord-tonen voegen.

Bijvoorbeeld aan B halfdim = b   d   f  a   kun je de cis toevoegen.

Bijvoorbeeld bij B dim = b  d  f  as  kun je cis, e, g of de bes voegen.

In het dominant-septiem akkoord spelen we de reine kwint niet omdat je die evengoed wel hoort. In dit akkoord gebruiken we vaak de 9 en de 13 (of 6) of de -9 en de -13 dus:



G7 9 13  = g    b         f    a          e
                = 1    3    5   7    9   11  13
 
G7 -9 -13  = g    b         f    as          es
                  = 1    3    5   7    -9   11   -13


Ook is het gebruikelijk om in het dominant-septiem akkoord het spelen van de terts (3) uit te stellen. Hiervoor in de plaats wordt dan eerst de kwart (4) gespeeld. Bijvoorbeeld het akkoord G sus 7 9. Sus is een afkorting van suspended (uitgesteld). Dit akkoord lost vrijwel altijd op naar G 7 9


 G sus 7 9  = g       c        f    a                  
= 1 2 3 4 5 6 7 8 9
     G 7 9         = g    b           f    a                      


Tot slot noteer ik de II - V - I verbinding uit de toonsoort C majeur met gebruik van alteraties. In het hoofdstuk Toonsoorten kun je zien dat ik het heb over de akkoorden Dmin7 - G7 - Cmaj7. Met alteraties: Dmin7 9, G7 9 13, Cmaj7 9. Let vooral op de omkeringsvorm van de V waarbij we het doel nastreven dat tonen die blijven liggen, met dezelfde vingers vastgehouden worden.


II = Dmin7 9 in grondligging.
V = G7 9 13 is een omkering.
I = Cmaj7 9 in grondligging.